 |
>> Werkgevers en werknemers uit transportsectoren willen betere rij- en rusttijden |
|
De in Vlaanderen erkende sociale partners van de transportsector breken samen een lans en doen een warme oproep voor betere rij- en rusttijden. Dit gebeurde naar aanleiding van de voorstelling in het Vlaams Parlement van een onderzoek dat werd uitgevoerd door SERV-STV.
Werkgevers en werknemers zijn het onder meer eens over het feit dat er een groot gebrek is aan kwalitatieve parkeerplaatsen voor vrachtwagenchauffeurs. Met name langs Vlaamse autosnelwegen is het tekort aan plaatsen elke avond en nacht heel nijpend. Chauffeurs zijn verplicht te kiezen tussen een onveilige rustplaats (vb. op de uitvoegstrook) of een overtreding op de rij- en rusttijden om een verder gelegen parkeerterrein op te zoeken. Bovendien zijn de voorzieningen op de parkeerterreinen onvoldoende. Zo zijn er nauwelijks douches aanwezig voor de vele gebruikers.
Een andere probleem voor werknemers en werkgevers in transport is de te strikte interpretatie van de regels. Veel controleambtenaren interpreteren de regeling inzake rij- en rusttijden te veel naar de letter, zonder enig oog voor de realiteit op het terrein. Zo worden dagelijks boetes uitgeschreven voor chauffeurs die 5 minuten langer gereden hebben om de rusttijd in huiselijke kring te kunnen doorbrengen. Deze interpretatie naar de letter wordt mee versterkt door de invoering van de digitale tachograaf. De boetes waartoe ze aanleiding geven, worden door de bedrijven en hun werknemers geïnterpreteerd als pesterijen. Ze schieten het doel van de reglementering voorbij in die mate dat verkeersveiligheid er niet door verbetert.
Toch wensen de sociale partners te benadrukken dat zij voorstander blijven van gelijke regels en controles. Op dit niveau betreuren de sociale partners dat er nog steeds bedrijven blijken in te slagen om door de mazen van het net te glippen. Deze “cowboys” wensen systematisch elke regelgeving te ontduiken en brengen zo de eerlijke concurrentie binnen de sector in het gedrang, terwijl de belangen van de werknemers evenzeer geschaad worden. Deze kleine minderheid van valsspelers moet nog gerichter en intensiever aangepakt worden.
Tot slot betreurt de transportsector dat de regelgeving inzake rij- en rusttijden allerminst heeft gezorgd voor Europese harmonisatie. Veel EU-landen maken nauwelijks werk van de controle op de bedrijfszetel of hanteren uiterst lichte straffen bij vervolging. Dit komt de bedrijven ten goede die een zetel hebben in de betrokken lidstaten. De Belgische sector die doorgaans gekenmerkt wordt door een hogere pakkans en vooral hogere boetes, heeft hier opnieuw te lijden onder een vervalsing van de concurrentie. Daarnaast is er de vaststelling dat verschillende lidstaten, een EU-richtlijn inzake de maximale arbeidsduur niet hebben omgezet in nationale wetgeving of niet toepassen, en aldus de verstoring van de eerlijke concurrentie bestendigen.
<< terug
|
| |