Spring naar content

1. De bouw van de nieuwe delayed coker unit van Exxonmobil.

Het project omvat de installatie van een Delayed Coker Unit (DCU), een modernisering van de zwavelfabriek, en aanpassingen over de hele raffinaderij om de nieuwe installaties te integreren.
De start van de bouw van de installatie was na de eerste steenlegging in Oktober 2014.

In een Delayed Coker Unit worden zware hoogzwavelige raffinaderijstromen thermisch gekraakt en op deze manier omgezet naar lichtere producten en petroleum cokes. De lichtere producten worden in bestaande eenheden ontzwaveld en dan gemengd tot afgewerkte producten zoals diesel voor wegtransport, huisbrandolie en diesel voor de scheepvaart. Petroleum cokes wordt als brandstof gebruikt, onder meer in de staal- en cementindustrie.
Omdat we meer ontzwavelen wordt ook de zwavelfabriek gemoderniseerd. Bij het ontzwavelingsproces wordt waterstofsulfide gevormd dat in de zwavelfabriek omgezet wordt in vloeibare zuivere zwavel.

Processen
• De DCU verwerkt 10 grote tankwagens zware olie per uur. Dit is equivalent met een vol 25 meter zwembad elke 2 uur. We produceren elke dag 1 binnenschip vol petroleum cokes
• Met de uitbreiding van de zwavelfabriek halen we elke dag 5 vrachtwagens meer zwavel uit de producten die de raffinaderij verlaten (extra SRU capacity vs today = 110 t/dag, 1 truck is ca 25 ton)
• De SO2 uitstoot van de nieuwe zavelfabriek zal 75% lager zijn dan vandaag
• We verbruiken 10% meer energie dan voorheen, maar volgens onafhankelijk onderzoek blijven we behoren tot de absolute wereldtop wat betreft energie-efficiëntie

Installaties
• De DCU wordt gebouwd op een terrein met een oppervlakte gelijk aan 5 voetbalvelden
• Voor de fundering van de nieuwe fabriek zullen 3500 volle betonmolens hun lading storten
• Er zullen in totaal meer dan 100 afgewerkte fabrieksmodules geleverd worden, de meerderheid over het water
• De grootste modules wegen 1000 ton en zijn 30 meter hoog
• Het gewicht van de installatie wordt geschat op 20.000 ton. Dit komt overeen met het gewicht van 4.000 olifanten of 12.500 middenklasse wagens
• De installatie bevat meer dan 100 grote toestellen, onderling en met de raffinaderij verbonden met meer dan 100 km pijpen
• Meer dan 4500 instrumenten registreren en bewaken continu temperatuur, druk en andere procesparameters

ExxonMobil investeert meer dan 1 miljard dollar in zijn raffinaderij in Antwerpen. Deze nieuwe investering volgt op andere recente grote investeringen in Antwerpen (COGEN – 2008, HPHT – 2011), samen goed voor meer dan 2 miljard dollar in de laatse 10 jaar.
Deze nieuwe installatie zal zware, hoogzwavelige olie omzetten in schonere olieproducten en transportbrandstoffen zoals gasolie voor de scheepvaart en diesel.
De jaarlijkse energieprognoses van ExxonMobil, die in lijn zijn met die van het IEA, tonen immers aan dat de vraag naar diesel voor vrachtwagens en ander commercieel transport in Europa in de komende decennia hoog blijft.
Deze investering is goed nieuws voor Antwerpen, want de raffinagesector creëert jobs, heeft een hoge toegevoegde waarde, staat garant voor de bevoorradingszekerheid en is ook dé basis voor de petrochemische industrie.
Het project zal belangrijke tewerkstellingsopportuniteiten creëren tijdens de constructiefase. Gemiddeld zullen er tijdens de constructieperiode dagelijks ongeveer 700 extra werknemers ingezet worden, met een piek van ongeveer 1200 werknemers in 2016. Na de constructie zullen er ook een 70-tal additionele permanente jobs gecreëerd worden (hoogopgeleid technische staff).
De Antwerpse raffinaderij stelt dagelijks al meer dan 1000 mensen te werk (ExxonMobil en contractors) en verleent ook nog bijkomend jobs aan dienstverleners.
Met deze investering blijven we aanzienlijke maatregelen nemen om onze ecologische voetdruk in Antwerpen te verminderen. De uitstoot van zwaveldioxide (SO2) wordt dankzij de bouw van een nieuwe Tail Gas Clean-up Unit (TGCU) aanzienlijk verminderd. Deze eenheid maakt deel uit van het nieuwe delayed coker-project. Met de nieuwe TGCU wordt de uitstoot van SO2 met 75 procent verlaagd.
Deze investering zal de raffinaderij helpen om tegemoet te komen aan de energiebehoefte in Noordwest-Europa, en dit ondanks de uitdagingen waarmee de raffinagesector te kampen heeft. In deze economische moeilijkecontext investeert ExxonMobil tegen de stroom in haar al sterke fabrieken om nog sterker te staan in de wereldmarkt, en om te kunnen concurreren met landen in Azië, het Midden-Oosten en Amerika. Die zijn echter niet aan dezelfde randvoorwaarden en regelgeving onderworpen.
Tengevolge van overcapaciteit in de sector in Europa, de afname van de VS als afzetmarkt en toenemende mondiale concurrentie worden veel raffinaderijen te koop gesteld of staan op de lijst voor sluiting. In de periode 2008-2013 moesten 15 raffinaderijen de deuren sluiten in Europa.Een verdere rationalisering in de sector binnen Europa dringt zich op. Toch is een zekere binnenlande raffinagecapatcieit zeer wenselijk voor de energiezekerheid. Alleen moet men hier de markt laten werken en overheidsinterventies vermijden die de vrije concurrentie in gevaar brengen.
Het is belangrijk dat Europese wetgeving geen concurrentienadeel met zich meebrengt. In Europa hebben wij al relatief hoge energiekosten. Voor België komen daar de hoge loonkosten nog bij. Regelgeving moet dus niet leiden tot nog hogere kosten. Daarnaast is voor een goed investeringsklimaat ook stabiele regelgeving nodig. Dit alles is belangrijke voor de energiezekerheid maar ook voor de economie, de wekgelegenheid en de duurzaamheid van de sector.
De raffinagesector pleit voor een level playing field (gelijk speelveld), waarbij alle spelers wereldwijd gelijk worden behandeld.

Scroll naar boven