Transportfederaties : eindelijk strijden met gelijke wapens?

Op de nieuwjaarsreceptie van Febetra, TLV en UPTR waren er positieve reacties te horen ivm de mobility package dat door Europa werd voorgesteld. Bruno Velghe (voorzitter UPTR):

“het mobility package voorziet niet alleen uitdrukkelijk dat de regels inzake minimumloon en jaarlijkse vakantie steeds van toepassing zijn op cabotage, hetgeen nu ook al het geval is, maar voorziet een aantal nagelnieuwe regels waarbij de internationale vervoersopdrachten aanleiding zullen geven tot het toepassen van de loon- en arbeidsvoorwaarden van de lidstaten alwaar het vervoer wordt uitgevoerd, voor zover men deze landen minstens 3 dagen per kalendermaand aandoet. Als Belgische federaties zijn wij natuurlijk verheugd dat wij mogelijks ook op de binnenlandse markt en in de naburige landen op dat vlak met gelijke wapens zullen strijden. Cruciale vraag is natuurlijk of de intenties die blijken uit de mobility package op dit vlak zullen gehandhaafd blijven.” Over de impact van de Belgische maatregelen om de loonkost te verlagen, zegt dhr. Velghe : ” vorig jaar lanceerden wij op deze plaats nog een oproep aan onze Belgische beleidsmakers om eindelijk werk te maken van een Rsz en bv vrijstelling op de beschikbaarheidstijden, steevast worden wij aldaar gecounterd door de opmerking dat dergelijke vrijstellingen van Europa niet mogen of kunnen, ondanks het feit dat wij als Belgische transport en logistieke onderneming het Europese kampioenschap inzake loonkost met gemak winnen. Als Belgische federaties blijven wij erop hameren dat de betaling van sociale zekerheidsbijdragen op een 38u week voldoende garanties inhoudt ook voor de werknemers.”

Wekelijkse rust in de cabine?

Klachten over de vage regels rond de wekelijkse rust in de cabine, kwamen van Rudy Maes, voorzitter van TLV: ” De huidige bepaling stelt dat de “verkorte” wekelijkse rusttijd in de cabine mag doorgebracht worden. Over de normale wekelijkse rusttijd zegt de regel niets. Landen zoals Frankrijk en België interpreteren dat dit niet kan, en hebben strenge straffen vastgelegd voor wie toch betrapt wordt. In andere landen mag de normale wekelijkse rust dan wel weer in de cabine genomen worden.” Rudy Maes: ” Als Belgische beroepsorganisaties hebben we het Belgisch initiatief destijds gesteund. Maar nu is het hoog tijd voor een identieke oplossing in de hele EU.

Dat een chauffeur na een duidelijk afgelijnde periode recht heeft op comfort en hygiëne die je niet in een vrachtwagen vindt, daar staan we achter. Maar de Europese wetgever moet wel beseffen dat er dan voldoende hotelkamers met parkeerplaatsen voor 40-tons combinaties zullen moeten komen opdat de nieuwe wetgeving kan nageleefd worden.”

Lichte bedrijfsvoertuigen

De snelle groei van het aantal bedrijfswagens van minder dan 3,5 ton is een opvallend fenomeen op onze wegen. Benny Smets van Febetra klaagt over het ontbreken van een wettelijk kader: “Bestelwagens met een buitenlandse nummerplaat zijn op ons wegennet helemaal geen rariteit meer. De redenering dat er geen Europees wettelijk kader nodig was, omdat bestelwagens enkel lokaal ingezet worden, is vandaag duidelijk achterhaald. Europa mag niet blind zijn voor de camionettisering, die zich naar alle waarschijnlijkheid zal verder zetten. Een Europees wettelijk kader is geen luxe meer, het is pure noodzaak geworden.”

Cabotage

Een onderdeel van het mobility package omvat onbeperkte cabotage gedurende 5 dagen. Benny Smets verzet zich hier fel tegen: “Voor ons is dat een No passeran. Het voorstel van de Commissie komt neer op een quasi volledige liberalisering met catastrofale gevolgen voor het Belgisch wegvervoer. Er zijn te grote verschillen op sociaal vlak, zoals nog gebleken is uit een recente vergelijkende studie van het Franse CNR. Wij Belgen, zijn de lange afstand al volledig kwijtgespeeld, omdat we te duur zijn. Op de korte afstand naar de buurlanden zakken we elk jaar om dezelfde reden wat dieper weg.” Ook de detacheringsregels bieden onvoldoende bescherming, nog volgens dhr. Smets: “Een gedetacheerde chauffeur heeft recht op het Belgisch minimumloon. Zelfs in de veronderstelling dat die regel strikt nageleefd wordt, dan nog is er geen sprake van een level playing field, omdat de sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd blijven in het land van herkomst. Ik kan u verzekeren dat de sociale bijdragen in Roemenië veel lager liggen dan bij ons…”